Hij zegt het bijna verontschuldigend.
Alsof hij zich schaamt voor wat er gebeurt, terwijl hij er zelf het meest onder lijdt.
Ze zijn twee jaar samen.
Geen stormachtige relatie, geen drama. Juist niet.
Ze lachen, ze hebben het goed. Hun kinderen kunnen het met elkaar vinden. Samen eten aan een grote tafel, plannen maken voor vakanties, voorzichtig praten over later.
En toch blijft hij na twee jaar zijn tas pakken en naar huis rijden.
Elke keer weer.
Niet omdat hij haar niet wil.
Maar omdat er iets in hem dichtklapt zodra het te dichtbij komt.
Wanneer liefde benauwend wordt
Het begint onschuldig.
Een vraag. Een blik. Een opmerking.
“Wanneer gaan we eigenlijk samen wonen?”
“Ik mis je als je zo afstandelijk wordt.”
“Ik wil gewoon voelen dat ik je niet kwijtraak.”
Zij bedoelt het niet dwingend. Ze wil verbinden.
Maar in zijn lijf gebeurt iets anders.
Zijn borst wordt strak.
Zijn hoofd wordt leeg.
Zijn woorden verdwijnen.
Waar hij haar net nog vast kon houden, voelt zijn lichaam ineens zwaar. Alsof hij geen kant meer op kan. Alsof hij vaststaat.
Hij hoort zichzelf zeggen:
“Het werkt nu even niet. We praten er volgende week wel over.”
En even later zit hij in de auto. Alleen. Opgelucht — en tegelijk leeg.
Hij is hier al eens geweest
In zijn vorige relatie verloor hij alles.
Niet in één klap, maar langzaam.
Het vertrouwen eerst.
Daarna de veiligheid.
Uiteindelijk zichzelf.
Hij herinnert zich hoe hij toen ook dacht: het komt wel goed.
Tot het niet goed kwam.
Tot hij achterbleef met het gevoel dat hij alles was kwijtgeraakt wat hem houvast gaf.
Die ervaring zit niet als een gedachte in zijn hoofd.
Die zit in zijn lijf.
Dus nu, in deze nieuwe relatie — waarin hij wél liefde voelt — reageert zijn lichaam alsof het opnieuw moet overleven.
Niet omdat zij gevaarlijk is.
Maar omdat nabijheid ooit gevaarlijk wérd.
Intimiteit werkt niet op commando
Ze verlangt naar hem. Ook lichamelijk.
Ze wil voelen dat hij haar kiest.
En soms lukt het.
Dan is hij aanwezig. Zacht. Verbonden.
Dan voelt hij het ook: dit is fijn, dit klopt.
Maar zodra erover gepraat wordt. Zodra het gevraagd wordt.
Zodra het iets wordt wat moet…
verdwijnt het.
Hij zegt het bijna verontschuldigend:
“Als het er is, dan is het er. Maar als er om gevraagd wordt, haak ik af. Dan voelt het geforceerd.”
Niet omdat hij haar afwijst.
Maar omdat zijn verlangen alleen kan ontstaan als hij zich veilig voelt.
En veiligheid verdwijnt zodra hij het gevoel heeft dat hij moet leveren.
Twee werelden die elkaar niet begrijpen
Zij denkt:
Als hij me echt wil, zou hij wel bewegen.
Hij voelt:
Als ik beweeg terwijl ik mezelf niet voel, raak ik mezelf kwijt.
En zo komen ze vast te zitten.
In goede bedoelingen.
In liefde.
In onmacht.
Hoe harder zij duwt, hoe verder hij sluit.
Hoe stiller hij wordt, hoe onzekerder zij zich voelt.
Niemand doet iets verkeerd.
Maar ze spreken een totaal andere taal.
“Dit gaat jaren duren”
Dat denkt hij ook.
Dat dit zo diep zit dat hij hier nooit echt uitkomt.
Maar dat is niet waar.
Wat hij niet geleerd heeft, is hoe zijn stresssysteem werkt.
Dat zijn lichaam nog steeds leeft in toen.
Dat ontspanning geen luxe is, maar de voorwaarde om weer te kunnen voelen.
Zolang hij in de overlevingsstand blijft, kan hij haar niet echt dichtbij laten.
Niet omdat hij haar niet wil —
maar omdat zijn systeem haar nog niet vertrouwt.
Liefde alleen is niet genoeg
Blijven hopen dat het vanzelf zakt, is geen oplossing.
Net zo min als blijven duwen of blijven weggaan.
Wat nodig is, is begrijpen wat er écht gebeurt.
En leren hoe je weer bij jezelf kunt blijven als het spannend wordt.
Want hij wil haar niet kwijt.
Maar hij wil zichzelf ook niet opnieuw verliezen.
Saskia Karels is relatiecoach in Andijk en begeleidt stellen die vastlopen in communicatie, terugkerende conflicten en emotionele patronen.
Meer informatie of een kennismakingsgesprek: www.relatiepraktijksaskiakarels.nl/contact

-0.1 ℃






























