Wie door Heerhugowaard en de rest van Dijk en Waard loopt, fietst of rijdt, komt ze dagelijks tegen zonder er echt bij stil te staan. Pictogrammen bij de sporthal, op het hek van een bouwplaats in een nieuwe wijk, in de parkeergarage of bij het water. Ze zeggen veel met heel weinig, en dat is precies hun kracht. Toch weet lang niet iedereen dat er een vaste logica achter zit. Wie die eenmaal kent, kan vrijwel elk pictogram in een oogopslag plaatsen, ook als hij het nog nooit eerder heeft gezien.

Eén kleurcode, overal hetzelfde

Veel veiligheidspictogrammen in Nederland volgen de internationale norm ISO 7010. Die norm legt vast hoe een pictogram eruitziet en welke betekenis het heeft, en geeft elk symbool een code. De eerste letter van die code verwijst naar de groep waartoe het pictogram hoort. En die groepen herken je meteen aan vorm en kleur.

Een gele driehoek met een zwarte rand is een waarschuwing, de codes beginnen met een W. Een rond pictogram met een rode rand en een schuine streep is een verbod, met een P. Een blauwe cirkel met een wit symbool is een gebod, iets wat je juist moet doen, met een M. Groene rechthoeken en vierkanten wijzen de weg naar veiligheid, zoals een nooduitgang of een verbandtrommel, en hebben een E. Rode vierkanten tot slot gaan over brandbestrijding, zoals de plek van een brandblusser, met een F.

Het handige van die internationale afspraak is dat je hem overal tegenkomt. In een hotel in Spanje of op een vliegveld in Duitsland betekent een gele driehoek hetzelfde als in een Heerhugowaardse sporthal. Een handig naslagwerk is een lijst met veiligheidspictogrammen en betekenis, waarin per symbool de code en de uitleg staan. Zo zie je snel welke symbolen bij welke groep horen.

Waarschuwingen die je in herfst en winter tegenkomt

De gele driehoek is waarschijnlijk de groep die je het vaakst ziet, en die verandert een beetje mee met de seizoenen. Nu de dagen korter en natter worden, duikt het pictogram voor een gladde vloer weer vaker op bij ingangen van winkels en sporthallen. Het toont een poppetje dat onderuitgaat en heeft code W011. Komt er straks vorst, dan zie je bij plassen en vaarten soms een waarschuwing voor dun ijs, code W043. Bij open water kom je ook W047 tegen, een waarschuwing voor diep water, en op sommige plekken W057 voor sterke stroming.

Juist die laatste groep is goed om met kinderen te bespreken. Een bord bij het water is geen versiering, maar een teken dat volwassenen de situatie daar als gevaarlijk beoordelen. Zeker bij ijs, waar de verleiding groot is om toch even te proberen of het houdt.

Op bouwplaatsen, in winkels en op het werk

Waar gebouwd wordt, zijn waarschuwingspictogrammen nooit ver weg. Bij een bouwplaats in een nieuwe wijk zie je bijvoorbeeld W008 voor valgevaar, bij een open bouwput of steiger, en W015 voor een hangende last, waar een kraan materiaal verplaatst. In en rond bouwmarkten en distributiecentra kom je W014 tegen, een waarschuwing voor heftrucks. En bij elektrische installaties hangt vaak W012, de gele driehoek met een bliksemschicht, die waarschuwt voor elektrische spanning.

Er zijn veel meer varianten dan de meeste mensen denken. In een overzicht van alle waarschuwingspictogrammen zie je dat ze ingedeeld kunnen worden naar thema, zoals machines, gevaarlijke stoffen, elektriciteit, uitglijden en vallen, extreme temperaturen en water. Van een machine die vanzelf kan opstarten tot een heet oppervlak, voor bijna elk gevaar bestaat een eigen symbool.

Een kleine moeite om ze te leren

Je hoeft geen veiligheidskundige te zijn om pictogrammen goed te lezen. Met de basis van vorm en kleur kom je al een heel eind, en de rest leer je vanzelf door er bewust op te letten. Maak er met kinderen eens een spelletje van tijdens een wandeling of fietstocht door de buurt. Wie vindt de meeste gele driehoeken, en wie weet wat ze betekenen? Zo groeit een generatie op die waarschuwingen niet alleen ziet, maar ook begrijpt.