Je wilt dat je chino niet alleen in de paskamer goed voelt, maar ook na een paar uur nog steeds. Dat zie je vaak niet aan het maatlabel, maar aan waar de tailleband op jouw lichaam uitkomt en hoe die band blijft zitten als jij beweegt. Kijk dus eerst naar pasvorm en taillehoogte, en pas daarna naar de maat. Bij een Heren chino helpt die volgorde je meestal sneller aan een broek die de hele dag prettig blijft.
Taillehoogte: waar je het meteen voelt (en waarom dat fijn is)
Taillehoogte voel je direct. Trek ’m aan, ga zitten, sta op en loop een stukje. Blijft de band stabiel en comfortabel, dan zit je goed.
Een hogere taille geeft vaak meer rust: de band blijft beter op z’n plek en je shirt kruipt minder snel omhoog. Je merkt ook sneller of het niet klopt: als de band bij zitten te aanwezig of drukkend voelt, zit je waarschijnlijk beter met een model dat iets lager valt, of met een tailleband die minder “knijpt”. Het doel is simpel: een broek die je overdag nauwelijks merkt.
Een lagere taille voelt vaak losser en meer casual. Fijn als je veel staat, maar je merkt ook sneller of de band bij lopen, bukken of fietsen omhoog kruipt. Gebeurt dat, dan is net iets hoger vaak logischer, of een model dat achter beter aansluit. Dan voelt het voor én achter stabieler, zonder dat je steeds corrigeert.
Begin bij bovenbeen en knie, niet bij het label
Twee chino’s met hetzelfde maatlabel kunnen totaal anders vallen bij bovenbeen en knie. Als je dáár eerst op let, voorkom je dat je een maat “goed” vindt, terwijl de broek in beweging toch tegenvalt.
Check het praktisch: loop, maak een traploop-beweging en buig je knie. Dat hoort soepel te voelen, zonder dat de stof trekt. Zit dit meteen goed, dan blijft het meestal ook prettig bij langer dragen.
Zie je plooien die vanuit het kruis schuin naar buiten trekken, dan vraagt de broek vaak om net wat meer ruimte, of om een model dat hoger op je taille prettiger valt. Slim fit kan strak en netjes ogen. Zit je veel of fiets je vaak, dan voelt tapered fit voor veel mensen prettiger: meer ruimte bovenin, met nog steeds een strakke lijn richting enkel.
Stof en stretch: comfort vs. vormvast (waar het schuurt)
Stretch merk je vooral tijdens beweging: hurken, zitten en lopen gaan makkelijker omdat de stof meegeeft. Dat maakt een chino snel comfortabel in het dagelijks gebruik.
Let tegelijk op hoe de stof zich houdt. Sommige stoffen worden na verloop van tijd wat losser, vooral rond de knieën. Wil je ’m vaker netjes dragen (bijvoorbeeld kantoor/business casual), dan voelt een stof die steviger aanvoelt en beter terugvalt vaak het fijnst. Draag je ’m vooral in het weekend, dan werkt extra stretch juist vaak in je voordeel, zeker met sneakers.
Kleur, lengte en combineren: zo draag je ’m echt
Als een chino weinig uit de kast komt, ligt dat vaak aan de ondertoon van de kleur en de lengte. Kloppen die, dan combineert hij ineens makkelijk en pak je ’m sneller.
Kleur check je het liefst in daglicht. Dan zie je sneller of je schoenen en jas logisch “meelopen” met de tint. Het gaat minder om de naam van de kleur, en meer om: past dit bij wat je al draagt?
Lengte is de tweede. Met de juiste lengte oogt een chino direct verzorgder. Een kleine omslag kan prima, zolang de pijp ruim genoeg blijft rond je enkel en je bij lopen geen spanning ziet op de zoom. Voelt een chino in een casual set te netjes? Dan maken een T-shirt, trui of overshirt het geheel vaak automatisch wat relaxter.
Even sparren?
Twijfel je tussen twee fits of tussen hoger en lager in de taille? Bij Only for Men denken we graag met je mee op basis van hoe jij ’m draagt (kantoor, weekend, etentje) en wat jij prettig vindt (meer bewegingsruimte of juist een strakkere look). Zo kies je een chino die niet alleen goed staat in de spiegel, maar ook prettig blijft zitten als je ’m echt een dag aan hebt.

10.5 ℃
















































