Voor een installateur, hovenier of onderhoudsbedrijf in Heerhugowaard is de bus geen bijzaak. Hij is magazijn, werkplaats en visitekaartje tegelijk. Valt hij uit, dan schuift de hele planning op en zit er een klant zonder warm water of werkende airco. Toch wordt de keuze voor een nieuw voertuig vaak gemaakt op aanschafprijs, terwijl die maar een deel van het verhaal is.

Dit jaar is een goed moment om die rekensom opnieuw te maken. Diesel, belastingen en subsidies zijn in korte tijd flink veranderd.

Wat er in 2026 is veranderd

Een paar wijzigingen raken lokale servicebedrijven direct:

  • Sinds 1 januari 2026 betaal je als ondernemer BPM op een nieuwe bestelauto met verbrandingsmotor. Een elektrische bestelauto blijft vrijgesteld.
  • Elektrische bestelauto's betalen sinds dit jaar het volledige tarief motorrijtuigenbelasting. Voor bestelauto's van ondernemers is dat bedrag beperkt, maar het voordeel van vroeger is weg.
  • Mag een werknemer de bus privé gebruiken, dan is de bijtelling voor een elektrische bestelauto 18 procent over de eerste € 30.000 cataloguswaarde, tegenover 22 procent voor een diesel.
  • Sinds 1 juli 2026 geldt de vrachtwagenheffing voor voertuigen boven 3.500 kg op snelwegen en een deel van de provinciale en gemeentelijke wegen.
  • Diesel kostte eind september rond de € 2,58 per liter aan de pomp, ongeveer de helft meer dan een jaar eerder.

Dat laatste punt is misschien het belangrijkste. Niet omdat diesel altijd duur blijft, maar omdat de prijs onvoorspelbaar is geworden. Een begroting op basis van brandstof is daardoor lastiger dan een begroting op basis van stroom die je zelf op je bedrijfsterrein laadt.

Een eenvoudige rekensom voor de bestelbus

Neem een servicebus die 25.000 kilometer per jaar rijdt, wat voor een monteur in de regio Alkmaar, Heerhugowaard en Hoorn normaal is. Een diesel die 9 liter per 100 kilometer verbruikt, tankt dan zo'n 2.250 liter. Bij € 2,55 per liter is dat ruim € 5.700 per jaar.

Een elektrische bus met een verbruik van 25 kWh per 100 kilometer heeft 6.250 kWh nodig. Laad je die op je eigen terrein voor € 0,25 per kWh, dan betaal je ongeveer € 1.560. Het verschil ligt boven de € 4.000 per jaar, per voertuig. Vul wel je eigen kilometers, verbruik en stroomtarief in.

Daar komt onderhoud bij. Een elektrische aandrijving heeft geen olie, distributieriem, koppeling of roetfilter. Remmen slijten langzamer omdat de motor bij het afremmen energie terugwint. Minder werkplaatsbezoek betekent minder dagen dat een monteur zonder bus staat, en juist die dagen kosten een servicebedrijf het meeste geld.

Er is ook een keerzijde. Een elektrische bus is in aanschaf duurder, en MIA en Vamil gelden sinds 2025 niet meer voor bestelauto's. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek kan wel, als je totale investeringen in dat jaar binnen de grenzen vallen. Verder moet de actieradius passen bij je zwaarste dag, met volle laadruimte en de kachel aan in januari.

Zwaar transport: de heffing verandert de som

Hoveniers en grondverzetbedrijven die machines vervoeren, installatiebedrijven die met een bakwagen grote units aanleveren: voor hen telt sinds juli een extra kostenpost. De vrachtwagenheffing rekent per kilometer en hangt af van gewicht, Euroklasse en CO2-klasse. Voor een combinatie boven 32 ton, zoals een trekker met dieplader voor een graafmachine, betaal je met een Euro 6 diesel in de zwaarste CO2-klasse € 0,201 per kilometer. Een emissievrije truck in hetzelfde gewicht betaalt € 0,038.

Rijdt zo'n combinatie 20.000 heffingsplichtige kilometers per jaar, dan scheelt dat ruim € 3.200, nog los van brandstof. Over acht jaar afschrijving is dat een serieus bedrag. Voor wie die ritten dagelijks rijdt, maakt dat een elektrische vrachtwagen een serieuze optie, zeker als de truck ook een elektrische PTO heeft voor een kraan of kipper.

Bij de aanschaf kun je kiezen uit twee regelingen, maar je mag ze niet stapelen. Via MIA trek je 27 tot 45 procent van de investering extra af van je winst, afhankelijk van de code op de Milieulijst, en met Vamil schrijf je 75 procent willekeurig af. Je moet MIA binnen drie maanden na de opdrachtdatum aanvragen. De andere route is de AanZET-subsidie, waarvan de tweede ronde van 2026 openstaat tot 16 oktober, met € 119,2 miljoen budget. Laat vooraf uitrekenen welke regeling voor jouw onderneming het meeste oplevert. Teken bij AanZET geen definitieve koopovereenkomst voordat je aanvraag binnen is, anders vervalt je recht.

Groeien zonder op levertijd te wachten

Uitbreiden gaat bij servicebedrijven vaak in sprongen. Je wint een onderhoudscontract bij een woningcorporatie of neemt een extra monteur aan, en dan moet er binnen een paar weken een bus staan. Moet je in die situatie snel een bestelwagen kopen, dan heb je baat bij een voertuig dat direct leverbaar is. Een fabrieksorder met maanden levertijd betekent maanden huurkosten of werk dat blijft liggen.

Reken ook dan verder dan de aanschafprijs. Op een nieuwe diesel betaal je nu BPM, en de brandstofkosten tikken elk jaar door. Werkt de monteur vooral rond Heerhugowaard en in de kernen van Dijk en Waard, dan is een diesel goed te verdedigen, omdat daar geen zero-emissiezone geldt. Komen er klussen in Amsterdam, Zaanstad of Haarlem bij, dan verandert dat. Die steden hebben wel een zone, en een niet-emissievrije bestelauto die vanaf 2025 op kenteken is gezet, komt daar niet meer in.

Betrouwbaarheid is ook een kostenpost

De duurste bus is niet de bus met de hoogste prijs, maar de bus die op een dinsdagochtend niet start. Kijk daarom bij elke vervanging naar het dealer- en servicenetwerk in de buurt, de beschikbaarheid van vervangend vervoer en de garantie op de aandrijving en batterij. Leg de totale kosten over vijf tot acht jaar naast elkaar, inclusief belastingen, heffing, energie en onderhoud. Wie dat eerlijk doet, kiest vaak anders dan de prijslijst doet vermoeden.