Sjuul Brummans en Lorena Fa zijn eigenaren van Brummans & Fa Tandartsen in Heerhugowaard. In deze maandelijkse gastcolumn nemen zij lezers mee achter de schermen van hun praktijk. De ene keer gaat het over ontwikkelingen binnen de tandheelkunde, de andere keer over verhalen uit de praktijk of herkenbare vragen die patiënten aan de stoel stellen. Deze maand schrijven zij over pijnloos verdoven, kunstmatige intelligentie en de rol van nieuwe technologie in de tandartspraktijk.


We zijn allebei al jarenlang tandarts, maar aan een kind dat pijn heeft of bang is, wennen we nooit helemaal. Een meisje dat met haar gezicht op het stuur van haar step is gevallen en huilend binnenkomt omdat haar voortand is afgebroken. Of een jongetje met meerdere gaatjes, dat bij het zien van de behandelstoel voorzichtig achter zijn moeder wegkruipt. Natuurlijk weten we als tandartsen wat we moeten doen, maar dat neemt niet weg dat je met zo’n kind meeleeft. Het liefst zou je alle pijn en angst wegnemen, zeker omdat één vervelende ervaring soms genoeg is om jarenlang bang te blijven voor de tandarts.

Voor ons was dat reden genoeg om onlangs een kostbaar apparaat aan te schaffen. De QuickSleeper maakt het mogelijk om tanden en kiezen op een andere manier te verdoven, zonder de pijn van een traditionele verdovingsprik. De techniek is geschikt voor zowel kinderen als volwassenen, maar vooral bij jonge kinderen kan dat een wereld van verschil maken. Want hoe leg je een jong kind uit dat je eerst iets vervelends moet doen om ervoor te zorgen dat de rest van de behandeling geen pijn doet?

Onze kindertandarts Elizabeth werkt inmiddels altijd met de QuickSleeper. Bij kinderen laat ze eerst zien hoe er druppeltjes uit het apparaat komen. Ze noemt het ‘slaapwater’, waardoor het woord ‘prikje’ niet eens hoeft te vallen. Het bijzondere aan de QuickSleeper is dat de verdoving rechtstreeks in het kaakbot wordt toegediend, dicht bij de zenuw. Dat kan vrijwel pijnloos en de verdoving blijft veel plaatselijker. Geen urenlang verdoofde lip of tong dus, en voor kinderen een veel minder spannende ervaring.

Hoewel we niets extra’s rekenen voor deze manier van verdoven en de behandeling daardoor voor ons duurder wordt, levert het ons iets op wat minstens zo waardevol is: werkplezier. Want een kind dat ontspannen in de stoel ligt en niet schrikt van de verdoving, daar worden wij als tandartsen ontzettend blij van.

Technologische ontwikkelingen volgen elkaar tegenwoordig in rap tempo op. Maar niet iedere vernieuwing is automatisch een verbetering. Ook in de tandheelkunde verschijnen steeds nieuwe apparaten, materialen en behandelmethoden. Sommige maken ons werk nauwkeuriger of prettiger, andere blijken minder toe te voegen dan vooraf werd beloofd. Daarom blijven we kritisch kijken. Een nieuwe techniek kan op papier veelbelovend zijn, maar moet zich uiteindelijk ook in de dagelijkse praktijk bewijzen.

Dat geldt ook voor kunstmatige intelligentie. AI wordt binnen onze praktijk gebruikt voor ondersteunende werkzaamheden, zoals het schrijven van personeelsteksten en het samenvatten van gesprekken. Maar er zijn tegenwoordig bijvoorbeeld ook programma’s die röntgenfoto’s kunnen analyseren en mogelijke afwijkingen aanwijzen. Dat biedt interessante mogelijkheden, maar het is belangrijk om te begrijpen wat zo’n systeem eigenlijk doet. Een computer herkent bijvoorbeeld verschillen in grijstinten op een foto. Dat kan wijzen op een gaatje, maar ook op een schaduw of een normale anatomische structuur.

Een diagnose stellen is daarom iets anders dan een afwijking aanwijzen. Stel dat een computer vijf mogelijke gaatjes ziet. Dan is daarmee nog niet gezegd dat er vijf vullingen nodig zijn. We kijken naar de ontwikkeling van het gebit, eerdere foto’s en de omstandigheden van de patiënt. Soms is behandelen verstandig, soms juist niet. En soms speelt er iets heel anders. Iemand slaapt slecht, heeft veel stress of komt na lange tijd weer bij de tandarts. Die informatie staat niet op een röntgenfoto.

Niet alle technologische ontwikkelingen spelen zich overigens af in de behandelkamer. Ook achter de schermen maken slimme systemen ons werk gemakkelijker. Snelterecht bijvoorbeeld, een systeem dat vrijgekomen plekken in de agenda automatisch aanbiedt aan patiënten die graag eerder willen komen. Zo zijn patiënten sneller geholpen en blijven er minder plekken in onze agenda onbenut. Maar een patiënt die belt omdat hij bang is, pijn heeft of niet goed weet wat hij moet doen, heeft soms vooral behoefte aan iemand die luistert.

Misschien is dat wel de belangrijkste vraag bij iedere nieuwe ontwikkeling: maakt dit de behandeling beter voor degene die in de stoel ligt? Want hoe geavanceerd onze apparatuur ook wordt, uiteindelijk gaat het om de mens tegenover ons. Om een patiënt die zich gehoord voelt, om iemand die weer durft plaats te nemen in de behandelstoel en om een kind dat na een behandeling niet bang, maar opgelucht naar buiten loopt. Als technologie daaraan kan bijdragen, is dat voor ons de investering meer dan waard. Want technologie mag ons werk ondersteunen, maar moet geen vervanging worden voor de persoonlijke aandacht die bij goede zorg hoort.

Meer weten over de praktijk? Kijk op brummansfa.nl/column of lees het verhaal achter Brummans & Fa op brummansfa.nl/het-verhaal-achter-brummans-fa.